Stadsnatuur: de Groene Parkiet die een Blauwtje Liep

Ik lag gistermiddag op de bank in mijn appartementje in Amsterdam-West. Een hartstikke stadse omgeving dus. Toch hebben we ook in deze wijk vol van beton, een enkele verdwaalde flat en veel rijtjeswoningen ook onze portie stadsnatuur. Een groot deel van deze “natuur” bestaat – tot mijn spijt – uit spinnetjes en pissebedden. Daarnaast heb je een aardige kans om een muis te spotten als je op safari gaat door de keuken en de berging. En om de big five compleet te maken biedt zich in de moestuin achter het huis met enige regelmaat een vogel aan om de zo zorgvuldig rondgestrooide zaadjes weg te kapen. Een merel, kool- of pimpelmeesje en zo af en toe een kauw of kraai. En, zoals ik gisteren leerde, melden de beruchte Amsterdamse parkieten zich ook bij het feestgezelschap.

De parkieten – halsbandparkieten, zo vertelde Wikipedia mij – hebben in Amsterdam geen beste naam, want deze exoot heeft zich in enkele decennia tijd flink voortgeplant en verspreid. Inmiddels zou de populatie al uit enkele duizenden individuen bestaan. Geen wonder dan ook dat ik ze op een willekeurige donderdagmiddag vanaf m’n bank kan bewonderen. Ooit heb ik me laten vertellen dat deze parkieten allemaal afstemmen van een enkel parkietenkoppeltje dat werd uitgezet in het Vondelpark. De voormalig eigenares voelde zich echter toch een beetje schuldig tegenover de groene vliegers, dus ze bleef terugkomen naar het bekende Amsterdamse park om de dieren wat zaadjes en nootjes toe te stoppen. Daarmee gaf zij hen een vliegende start om zich als nieuwe inwoner van Amsterdam te vestigen. Sterker nog, zonder gevoerd te worden, zou de soort het waarschijnlijk niet of nauwelijks overleven in het barre Hollandse klimaat.

Het is echter waarschijnlijker dat er meer van deze parkieten uitgezet zijn die met z’n allen hebben geleid tot de huidige populatie. Het was in de jaren ’60 namelijk populair om de dieren in huis te nemen. Het zijn tenslotte aantrekkelijke beesten om te zien, dankzij hun gifgroene kleur, knalrode snavel en zwarte “halsband” (ja, daar hebben ze inderdaad hun naam aan te danken, scherp hoor). Echter, ze kunnen ook ontzettend krijsen en zijn toch eigenlijk best wel groot. Helemaal niet zo’n geschikt huisdier dus… Maar “dankzij” deze inschattingsfout van vele huisdiereigenaren in de jaren ‘60, is Amsterdam nu wel opgescheept met deze schreeuwlelijken. Bovendien heeft de populatie zich uitgebreid tot ver voorbij de Amsterdamse stadsgrenzen. In een groot deel van de randstad zijn de krijsers te vinden. Verder naar het oosten komen ze echter niet voor, want door het net iets minder gematigde klimaat, vinden de vogels het daar toch echt te koud. Ze kunnen dus in het westen van het land duidelijk ook maar net overleven. Geen wonder ook, wetende dat ze oorspronkelijk in veel zuidelijker gebieden in Afrika en India voorkomen.

Hoewel de aanwezigheid van deze groene vogels niet door iedereen gewaardeerd wordt, leverde het mij gistermiddag wel een plezierig tafereel op. Twee groene tortelduifjes op een dunne tak van de boom achter mijn huis voerden namelijk een interessant paringsritueel uit. Ze dansten met elkaar, en pikten naast elkaars kop. Zo ging het enige tijd door. Het stelletje bewoog zodoende steeds dichter naar het uiteinde van het takje dat me toch al wat dun leek voor het gewicht van het tweetal vogels en ik hield mijn adem in of zo niet naar beneden zouden kukelen. Echter, voordat dat er van kwam, besloot het vrouwtje (of zijn deze parkieten misschien heel geëmancipeerd en probeerde het vrouwtje het mannetje te versieren?!) dat zij toch geen toekomst zag in deze relatie. Ondanks dat ze eerder vrolijk meedanste, nam ze midden in de wals van haar verleider toch de benen (vleugels?!). Tja, dat doen vrouwen zo af en toe…

Dit was een lichte teleurstelling voor me, want ik hoopte op een climax van dit bijzondere ritueel. Ik stelde me al twee dartelende vlinders voor die in een spiraal om elkaar heen omhoog vlogen. Of dat het mannetje ineens zijn staart omhoog zou steken en zou beginnen te twerken. Maar nee, dat alles bleef verbannen naar mijn verbeelding. De teleurstelling moet echter nog groter zijn geweest voor de arme groene vriend die een blauwtje had gelopen. Uiteraard kan ik enkel gissen naar hoe het voor hem moet zijn geweest, we kunnen tenslotte niet weten hoe de subjectieve ervaring van een ander is, laat staan dat we ons kunnen inleven in een andere diersoort.

Van de mens is het echter bekend dat een blauwtje lopen een vergelijkbare effect heeft in de hersenen als het hebben van fysieke pijn. Middels fMRI (functional magnetic resonance imaging, voor hen die daarin geïnteresseerd zijn) is namelijk aangetoond dat de hersendelen die actief worden wanneer we worden afgewezen overeen komen met de hersendelen die reageren op pijnprikkels. Aangezien alle gewervelde dieren, en dus ook vogels, pijn kunnen ervaren, zou het dus kunnen dat de vogels op vergelijkbare wijze aan een gebroken hart kunnen lijden. Acute chocolade-craving of plotselinge behoefte om Whitney Houstons “I Will Always Love You” 20 keer op rij te luisteren, hebben we echter nog nooit bij parkieten vastgesteld. En de vraag of parkieten liefdesverdriet kunnen ervaren, zal misschien wel altijd onbeantwoord blijven…

Wel demonstreert dit voorval dat het dierenrijk bijzondere rituelen rijk is, die bovendien intrigerende vragen op kunnen roepen bij mensen zoals ik, die de neiging hebben menselijke eigenschappen aan dieren toe te schrijven. Maar het allermooiste van mijn kennismaking met de halsbandparkiet is toch eigenlijk wel de realisatie je helemaal niet als Freek Vonk of David Attenborough naar een regenwoud aan de andere kant van de wereld hoeft af te reizen, maar dat deze rijkdom ook zomaar in de stad te aanschouwen is. Sterker nog, met een beetje geluk, hoef je er niet eens voor van de bank te komen!

Bronnen:

Vogelbescherming over de halsbandparkiet:  http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/vogelgids/zoekresultaat/detailpagina/q/vogel/83/tab/Aantal

Wikipedia over de halsbandparkiet: https://nl.wikipedia.org/wiki/Halsbandparkiet

Afwijzing en fysieke pijn in het brein: Kross, E., Berman, M. G., Mischel, W., Smith, E. E., & Wager, T. D. (2011). Social rejection shares somatosensory representations with physical pain.Proceedings of the National Academy of Sciences108(15), 6270-6275.

De Vloek van Generatie Y

 

Je kent ze wel, de meisjes tegenover je in de trein, die zich beklagen. Klagen, klagen, klagen, heel erg luid klagen. Over alles, het maakt eigenlijk niet uit waarover, als er maar gezanikt kan worden. Ze hadden een hoger cijfer verdiend voor die presentatie, ze vinden het niet eerlijk dat de leren kwaliteitslaarzen die ze zo graag wilden hebben geen Primark-prijskaartje hadden en het vriendje heeft al 10 minuten geleden het appje gelezen en nog steeds niet gereageerd. Wat een eikel is het ook! En alsof dat nog niet erg genoeg is, is hen nog veel meer onrecht aangedaan. Ze hebben nog steeds niet genoeg geld verdiend om door Zuid-Amerika te trekken.  En het is al 10 maanden geleden dat ze terugkwamen uit Thailand, Cambodja en Vietnam. Halloooooo!? Een mens heeft toch recht op een reisje zo af en toe?!

Dit is de typische omschrijving van hen die zijn opgegroeid in de vette nighties en zeros. Zij die nooit wat tekort zijn gekomen en voor wie het woord overvloed geen betekenis meer kent. Leuke dingen kunnen doen is een recht, geen luxe. Drie vakanties per jaar, nog een aantal willekeurige stedentripjes door het jaar heen een tussenjaar tussen middelbare school en vervolgopleiding zijn geen weelderige extraatjes, het is de standaard. En ondanks al die rijkdom in geluk, geld en vriendschap, is er altijd nog reden te over om te klagen. Nee hoor, niks generatie Y, ij, ij, we zijn zo blij.

En hoewel ik het haast niet durf te zeggen – sterker nog, ik durf het eigenlijk niet eens te denken – ik ben net zo erg als zij allemaal. Ik zat gisteravond te nukken, want ik had de hele avond niks te doen. Ja, de héle avond. Niemand had tijd om met me af te spreken, ik had geen zin om te lezen, geen zin om een serie te kijken. Wat een saai rotleven heb ik ook… Toen ging ik even bij mezelf te raden wat een verschrikkelijke week ik achter de rug had, wat een reden tot klagen me gegeven word doordat ik word opgezadeld met een oersaai en doodvermoeiend leven. Op zondag ging ik naar het strand, dinsdagavond ging ik borrelen met een groep vrienden die ik ongeveer een jaar niet gezien had, op woensdag ging ik naar de bioscoop, op donderdag naar het Rijksmuseum en op vrijdag bezocht ik m’n favoriete bouldergym. Wat een zwaar leven, hè, vind je ook niet?

Ik zag wel dat ik geen reden tot klagen had, maar toch zat ik maar te verzwelgen in m’n zelfmedelijden. Ik wist dat ik niet het recht had om me slecht te voelen, ik had alleen maar redenen om blij te zijn, maar m’n gevoel liet zich niet dwingen. Ondanks dat ik en mijn leeftijdsgenoten beter bedeeld zijn dan we verdienen, worden onze gevoelens beheerst door dat wat we niet hebben. De vrolijke foto’s van stelletjes op Facebook, de platte buik van het meisje dat hardloopt langs ons huis en utradunne macbooks die ons omsingelen in de bieb. Hoewel het een zegen lijkt onderdeel uit te maken van de generatie die het aan niks ontbreekt, heeft deze verwendheid ook een keerzijde. De andere kant het medaillon toont een onbevredigbaar verlangen, een obsessie met het groenere gras aan de overkant. Het is gewoonweg nooit goed genoeg.

Dit is de paradoxale vloek van deze generatie, we hebben alles wat ons hartje zou moeten begeren maar we praten onszelf enkel de put in over de zeldzame dingen die we niet hebben. We zijn de kunst van de tevredenheid verleerd en we zullen die weer moeten herleren, in het belang van ons eigen geluk. Geluk wordt namelijk niet bereikt door de gefaalde zoektocht naar de perfecte 10, maar door de acceptatie van de imperfecte maar eigenlijk best wel prima 7 of 8.

Een onderzoek in de jaren ‘90 toonde al aan dat de overvloed aan keuzes niet tot een toename in het geluk leidt. In het experiment kregen klanten de keuze uit 6 dan wel 24 verschillende soorten  jam. De klanten die uit 24 verschillende soorten konden kiezen, lijken hier de geluksvogels. Met 24 soorten jam moet er tenslotte toch wel één bij zitten die ze bevalt?! Maar wat blijkt, bij de keuze uit 6 jams waren de klanten geneigd meer te kopen, en ze waren bovendien tevredener over hun aankopen, dan de klanten die de keuze hadden uit 24 verschillende potjes. Het hebben van meer keuze, is dus zeker geen garantie voor geluk!

Een fenomeen dat hier een belangrijke rol in speelt, noemen we avoidance of potential regret. We hebben zo’n hekel aan het hebben van een spijtgevoel  dat we dit koste wat kost proberen te voorkomen. Hetzelfde fenomeen wordt duidelijk als je proefpersonen een lotnummer geeft, het ze laat bekijken en vervolgens vraagt of ze het nog willen ruilen voor een ander nummer. Als ze dit zouden doen, bestaat de kans dat de jackpot valt op hun oude lotnummer, wat ze hebben ingeleverd. Dan zouden ze zichzelf wel voor de kop slaan! Het merendeel van de mensen kiest er dan ook voor om het lotnummer niet te ruilen. Echter, in een alternatieve situatie waarin de proefpersoon het lotnummer niet te zien krijgt voordat het ruilaanbod wordt gedaan, schuilt er geen gevaar op spijt in de keuze – je zult tenslotte nooit weten of je met je oude nummer wél gewonnen had – en dus zal een groter aantal van de proefpersonen het lotnummer nu wel inleveren voor een nieuwe. De afkeer van spijt is zo groot, dat deze diep geworteld zit in onze keuzestrategieën, ook als we helemaal niet door hebben dat we dit laten meewegen.

De huidige theorie is, dat er twee globale types keuze-makers zijn, de zogenaamde satisficers en maximizers, zoals Barry Schwartz ze in zijn boek The Paradox of Choice noemt. Waar een satisficer zal kiezen voor de eerste de beste mogelijkheid die volstaat, zal een maximizer alle mogelijke opties afgaan en enkel genoegen nemen met het allerbeste. Onze maatschappij en opvoeding hebben ons collectief richting de maximizing strategie gedreven, tegen de prijs van onze tevredenheid en daarmee ons geluk. Daarom gun ik iedereen een paar heel erg acceptabele zesjes en zevens toe in het leven. Opdat je iets tevredener door het leven gaat, niet door het bereiken van beter resultaat, maar door het verlagen van de standaard. Ik koop in ieder geval het eerstvolgende paar schoenen dat me bevalt, daar heb ik sowieso geen bewaar tegen.

En ben je nu nieuwsgierig geworden of jij een optimizer of een maximizer bent? Beantwoord deze vragen en kom erachter!


Bronnen

– http://www.wisebrain.org/media/Papers/maximizing.pdf
– The Paradox of Choice – Why More is Less by Barry Schwartz (2004)
– Van de Ven, N., & Zeelenberg, M. (2011). Regret aversion and the reluctance to exchange lottery tickets. Journal of Economic Psychology, 32(1), 194-200.

Ben Jij een Maximizer of een Satisficer?

Benieuwd geworden dat jouw keuzestrategie is?

Scoor de toepasbaarheid van de volgende stellingen op jezelf met een waarde van minimaal 1 (absoluut niet) en maximaal 7 (zeker wel!).

  1. Hoe tevreden ik ook ben met mijn baan, ik blijf toch altijd om me heen kijken voor nieuwe kansen.
  2. Als ik radio zit te luisteren, check ik regelmatig of er niet leukere muziek is op een andere zender, ook als het huidige nummer me niet stoort.
  3. Ik neem nooit genoegen met mijn tweede keuze.
  4. Ik vind het moeilijk om een cadeau uit te kiezen voor een vriend of vriendin.
  5. Ik ga met relaties om zoals je dat ook met kleren zou doen: ik vind dat je eerst heel veel verschillende uit moet proberen, voordat je weet wat het beste is.
  6. Ik fantaseer vaak over het hebben van een heel ander leven.
  7. Ik vind het moeilijk om te schrijven, als is het maar een email naar een vriend, omdat het lastig is om precies de juiste woorden te vinden. Daarom maak ik vaak eerste meerdere opzetjes.
  8. Ik ben dol op lijstjes om dingen te scoren: de beste films, zangers, boeken of het lekkerste eten.
  9. Als ik voor de tv zit, zap ik vaak langs verschillende zenders om te weten wat er zoal op de buis is, ook als ik gewoon één programma wil kijken.
  10. Als ik voor een keuze sta, probeer ik me een voorstelling te maken van alle mogelijke opties, eventueel zelfs keuzemogelijkheden die op dat moment niet voor handen zijn.
  11. Ik heb problemen met kiezen welke film ik zal kijken, omdat het moeilijk is de allerleukste te kiezen.
  12. Wat ik ook doe, van mezelf heb ik altijd de hoogste verwachtingen.
  13. Als ik ga winkelen vind ik het moeilijk om dingen te vinden die ik echt heel erg leuk vind.

En, heb je alle scores bij elkaar opgeteld? Dan heb je maximaal uit kunnen komen op 91. Als je 91 hebt gescoord ben jij het toonbeeld van maximization. De minimumscore waar je op kunt zijn uitgekomen is 13. In dat geval ben jij de ultieme satisficer. Het is echter waarschijnlijker dat je ergens daar tussenin bent beland. Het is namelijk een spectrum, waarop (bijna) niemand zich aan de uitersten bevind, en dus voor 100% een maximizer of voor 100% een satisficer is. Iedereen heeft het allebei wel een beetje in zich.

Bronnen:

http://www.wisebrain.org/media/Papers/maximizing.pdf

Are you a satisficer or a maximizer?